Download_pdf



VEDANTA

Nummer 48, jaargang 17, december 2006

INHOUD



TEN GELEIDE: SRI RAMAKRISHNA EN RELIGIEUZE HARMONIE 2

Swami Sarvatmananda



SRI SRI RAMAKRISHNA KATHAMRITA. 6

M.’s Vierde Ontmoeting 6

Sri Ramakrishna’s boottocht met Keshab Chandra Sen 9

ENKELE DAGEN IN RUSLAND.. 27

Swami Sarvatmananda



ADI SHANKARACHARYA.. 35

Swami Savitananda



TEN GELEIDE: SRI RAMAKRISHNA EN RELIGIEUZE HARMONIE



Swami Sarvatmananda



Sri Ramakrishna kwam naar deze wereld met verschillende religieuze conflicten in de 19de eeuw als een incarnatie van God in een afgelegen dorp van West-Bengalen, dat Kamarpukur heet in India. De oude religie van de Hindoes bekend als de Vedische Religie heeft van tijd tot tijd vele veranderingen ondergaan die te danken zijn aan de invloed van buitenlandse invasies en vermenging van verschillende volken en culturen. Maar wanneer elke grote verandering stond te gebeuren, verscheen een groot religieuze persoonlijkheid onder de Hindoes en door zijn leven en leringen herleefde de eeuwenoude Vedische Religie tot een grote kracht, zodat het weer gelijkmatig mee kon vloeien binnen in het geldige gangbare van de Eeuwige Religie. Zo zien we dat in de opeenvolgende duizenden jaren, er Goddelijke incarnaties leefden zoals Rama, Krishna, Boeddha, Sri Chaitanya , Sri Ramakrishna en ook vele heiligen en mystici zoals Nanak; Kavir, Ramananda, Mirabai en vele anderen. India is in de grond een religieus land. Het heeft zijn grootste krachtsinspanning ingezet om religie als het voornaamste doel van het menselijk leven te behouden. Terwille van religie hebben mensen alles opgeofferd in het leven. We hebben het gezien in de levens van Rama, Boeddha, Sri Chaitanya en anderen. In dit tijdperk zien we dezelfde traditie in het leven van Sri Ramakrishna.

De moderne materiele invloed uit het Westen, die ongeloof in God veroorzaakt, die steeds meer doet overhellen naar het gemakkelijke en confortabele leven en de moraal en menselijke waarden vergeet, is een grote verwoesting van de algehele

menselijke beschaving. Mensen lijden aan zielsangsten, ondanks rijkdom en voorspoed en een luxueus en comfortabel leven . In het religieuze veld zijn er ook veel conflicten onder de verschillende religies. In de Joods - Christelijke religies is men ook verdeeld en verscheurd onder elkaar de laatste honderden jaren, en het wordt erger zoals we zien. Er moeten oplossingen komen .De wereld kan niet zo doorgaan op deze manier. Als we in deze context het leven en de leringen van Sri Ramakrishna kunnen analyseren, zien we nu hoe belangrijk Zijn komst naar de wereld is.Terwijl andere landen zich in verschillende velden bewegen, zoals kunst, wetenschap, technologie en politiek geeft India deze materialistische kant van het leven niet zo veel aandacht , maar India heeft aan de Spirituele kant bijgedragen en dat is de dringende hemeltergende behoefte .van vandaag. Als spiritualiteit verloren gaat in India, zullen de religies zelf afgesneden zijn van de wereld, zei Swami Vivekananda.



India werd beroofd van zijn rijkdom door de Britten gedurende hun bewind van ongeveer 200 jaar. India was overigens niet erg arm ondanks de Moslim invasie voordat de Britten kwamen, ofschoon religieuze bekering door geweld of andere methoden algemeen heersend was. De Britten introduceerden Engels onderwijs in de grote steden als Calcutta, Madras, Bombay etc. en missionarissen bekeerden ontwikkelde mensen, verkondigend dat de Hindoe religie niet goed was. Het is louter afgodsverering en bijgeloof en gevoelens van ongeletterde mensen. De jonge studenten verloren ook het vertrouwen in hun religie. Op dat cruciale moment verscheen Sri Ramakrishna in de Britse hoofdstad van India - Calcutta, als een reddende engel van de Hindoe religie. Hij beoefende in zijn leven naast zijn eigen geloof verschillende religieuze tradities en bewees aan de in verlegenheid gebrachte en verwarde mensheid dat Hindoes geen afgodsbeelden vereren, maar zij vereren God in de beelden van verschillende godheden in overeenstemming met hun geloof. Iedere religie is waar, mits eerlijk en ernstig beoefend. Niemand is een zondaar, iedereen kan God realiseren. God wordt met verschillende namen genoemd en vereerd in verschillende vormen. Er zou geen enkele ruzie moeten zijn in de naam van religie. Enkele Moslims en Christenen bezochten ook Sri Ramakrishna gedurende zijn leven en zij werden allen geleid naar hun eigen niveau van vertrouwen en geloof. “Zoveel geloven, zoveel wegen” - leerde Sri Ramakrishna. Wees eerlijk en oprecht en roep God aan in overeensteming met je eigen geloof en vertrouwen, dan kun je Hem realiseren en dit is de lering van Sri Ramakrishna aan iedereen.

Om deze brede boodschap van Vedanta – “Waarheid is een, wijzen noemen het bij verschillende namen” - te verspreiden trainde Sri Ramakrishna enkele jonge ontwikkelde studenten van de universiteit van Calcutta. Swami Vivekananda is degene onder hen die naar Amerika ging in 1893 om deel te nemen aan het Wereld Parlement gehouden te Chicago. De Westerse wereld kwam voor de eerste keer in aanraking met de leringen van Vedanta door middel van Swami Vivekananda en het krijgt meer en meer bekendheid. Waarom? Omdat geen andere religie deze wijd verbreide ideeën aanvaarden. Men zou haar of zijn religie moeten oefenen in overeenstemming tot zijn vertrouwen en geloof en zou niemand moeten storen, ook niet door bekering met geweld of door andere tactieken . De denkende mensen van deze wereld worden nu meer en meer aangetrokken tot de leringen van Vedanta zoals we zien in de opmerkingen van de grote Britse historicus Toynbee: “Op dit bijzondere gevaarlijke moment in de menselijke geschiedenis is de enige weg voor de redding van de mensheid een Indiase weg. Keizer Ashoka’s en Mahatma Gandhi’s principe van geweldloosheid en Sri Ramakrishna’s getuigenis van de harmonie van religies: hier hebben we de houding en de geest die het voor de mensheid mogelijk kan maken om naar een enkele familie toe te groeien – en in het Atoom Tijdperk is dit het enige alternatief voor onze zelfvernietiging”.ٱ

SRI SRI RAMAKRISHNA KATHAMRITA[2]



M.’s Vierde Ontmoeting

(vervolg van vorig nummer – Hoofdstuk I)



“Wie ben ik?” - Sri Ramakrishna zegt zijn mening / Dakshineswar Tempel terreinen.



Het is vijf uur. De volgelingen gaan tegen deze tijd naar huis, behalve M. en Narendra. Narendra ging naar Hanspukur (ganzen vijver) en Jhoutala (pijnboom bosjes) met een kruik in zijn hand om zijn gezicht te wassen. Thakur zei tegen Narendra: “Naren, je zou hier vaker moeten komen. Zie je, als jonge mensen getrouwd zijn, dan zien ze elkaar heel vaak. Jij bent pas begonnen hier te komen. Daarom, kom vaker.” Narendra en M. beide lachten bij deze opmerking van Sri Ramakrishna.



Thakur wist dat zijn tijd in deze wereld kort was, en daarom wilde hij deze jonge man trainen om zijn boodschap te verspreiden in de wereld. Hij wist met zekerheid de in het verschiet liggende potentialiteit van deze intelligente jonge aspirant. Hij wist ook dat M. zijn gesprekken zou optekenen, ofschoon beiden totaal onwetend van dit feit waren. Sri Ramakrishna vroeg weer aan Narendra: “Kom je gauw weer, Naren?” Narendra woonde in die tijd de lezingen bij die door de Brahmo Samaj werden gegeven. Hij antwoordde: “Ja, Heer, ik zal proberen te komen.”

Om Narendra te prijzen vertelde Sri Ramakrishna glimlachend over deze vastberaden discipel aan M., door een voorbeeld over ossen te geven. Hij zei: “Je weet dat de boeren

naar de markt gaan om ossen te kopen. Sommige ossen zijn zeer sterk, en andere zijn gedwee. De boeren weten heel goed hoe zij een goede os moeten selecteren om het veld te ploegen. Zij raken de staart aan om een goede te testen. Zodra de staart is aangeraakt, wordt hij rusteloos en springt op. De andere os blijft rustig en biedt in het geheel geen weerstand. Boeren kopen dit type niet. Zij weten met zekerheid dat zij van geen waarde zijn. Naren is zoals het eerste type ossen. Hij is zeer sterk, intelligent en energiek – er is pit in hem.”

Alvorens naar de avondgebeden te gaan, zei Sri Ramakrishna tegen M. dat hij eens met Naren moest gaan praten en hem (Sri Ramakrishna) zijn mening over deze jonge man moest vertellen. M. zag Narendra weer bij de Chandni ( de ingangspoort vanaf de zijde van de Ganges), na de Vesper diensten in de tempels. Bij nadere informatie kwam M. te weten dat Narendra een student aan de universiteit was, dat hij naar de BrahmoSamaj ging en meer van zulke dingen.

M. wilde naar huis teruggaan te Calcutta. Voordat hij terugging, zag hij Sri Ramakrishna alleen lopen in de Nat Mandir recht voor de Kali Tempel. M. werd door het luisteren naar de devotionele liederen die Sri Ramakrishna zong zeer bekoord. Daarom vroeg hij Thakur of hij die avond wel of niet zou zingen. Sri Ramakrishna zei: “Nee, vanavond zing ik niet meer. Maar kom jij naar Balaram Bose’s huis (op die en die datum) ik ga er heen en zing daar.”

Sri Ramakrishna vroeg aan M.: “Wat denk je van mij? Hoe ver ben ik gevorderd in het spirituele leven? Hoeveel annas van Jnana bezit ik? – d.i.: het percentage ware kennis die ik heb bereikt?” M. antwoordde: “Hoeveel Annas weet ik niet. Maar die liefde, dat onderscheidingsvermogen, deze Jnana, zulk geloof – dat heb ik nooit eerder in enig ander persoon gezien.” Daarna vertrok M. en kwam bij de hoofdingang. Maar iets schoot hem te binnen. Dus kwam hij terug bij Sri Ramakrishna, die nog alleen wandelde in het schemerlicht van de Nat Mandir, zoals een leeuw zich in het woud beweegt. Hij is “Atmaram” – hij die de gezegendheid van zijn eigen Zelf geniet.

M. bleef zwijgend staan om hem in die staat te zien. Sri Ramakrishna vroeg M. waarom hij terugkwam? M. zei: “Heer, ik zal U daar niet ontmoeten, in Balaram’s huis. Misschien is hij een rijk man van Calcutta, en de poortwachters zullen mij niet toestaan naar binnen te gaan. Ik kom liever hier om naar Uw lied te luisteren.” Maar Sri Ramakrishna zei: “Waarom? Je behoeft niet om die reden te aarzelen. Je vraagt het gewoon aan iemand, en als je mijn naam noemt zal hij je bij mij brengen.”

M. antwoordde: “Ja, Heer, zoals U wilt “ en vertrok toen naar Calcutta.

Hoofdstuk 2

SRI RAMAKRISHNA'S BOOTTOCHT MET KESHAB CHANDRA SEN



Vandaag is het de Kojagari Laxmi Puja; vrijdag 27 oktober 1882.

Sri Ramakrishna zat in zijn kamer in de Kali Tempel terreinen te Dakshineswar. Hij sprak tegen Vijay Krishna Goswami en Haralal, een volgeling. Er kwam iemand zijn kamer binnen en zei: “Mijnheer, Keshav Babu heeft mij naar U gestuurd om U naar de boot te brengen waar hij met enige volgelingen is.”

Het was vier uur ’s middags. De boot verliet Calcutta om drie uur met Keshav en zijn volgelingen. Keshav boeide de geest van vele mensen van Calcutta door zijn welsprekende redevoeringen, zoals Narendra, M, etc., en daarom was M benieuwd de ontmoeting van deze twee grote spirituele persoonlijkheden mee te maken, en te zien wat hun gemeenschappelijke basis was. Keshav, als Brahmo leider, geloofde niet in een persoonlijke God met vorm, en Sri Ramakrishna aanbad God met vorm in het beeld van de Goddelijke Moeder Kali. Dat was de reden waarom M hen beiden heel graag tezamen wilde zien.

Sri Ramakrishna verbleef op de Kali Tempel terreinen, droeg rood geborduurde kleren, maakte gebruik van sandalen, en sliep in een mooi bed, maar leefde als een monnik zonder enige gehechtheid aan het plezierige, wereldse leven, terwijl Keshav een persoon was die in een familie met vrouw en kinderen leefde om ervoor te zorgen, en als leider van de Brahmo Samaj gaf hij lezingen, schreef boeken en besprak verschillende filosofieën. Omdat Sri Ramakrishna een leven van Goddelijke extase leidde, noemde de mensen hem “Paramahamsa.”

M. heeft hier enige beschrijvingen van de Kali Tempel terreinen gegeven die vanaf de boot op de Ganges kunnen worden gezien. De Chandni ligt tussen de twaalf Shiva Tempels – zes aan beide kanten. Er zijn twee muziektorens (Nahabat), een aan de noordelijke en de andere aan de zuidelijke kant van de Tempel terreinen, twee ghats (landingsplaatsen met treden) – een dichtbij de Chandni, en de andere, de Bakultala ghat geheten, dichtbij de noordelijke muziektoren. De bekoorlijke bloementuinen en het prachtige koepelgewelf van de Kali tempel zijn ook zichtbaar vanaf de Ganges.

Een grote Mahapurusha (een heilige) kwam nu naar het schip – M. overpeinsde in zichzelf, wiens hart zou niet verlicht worden in zulk een heilige plaats en heilige atmosfeer? De boot die Sri Ramakrishna van de oever bracht, was dichtbij het schip gekomen. Hij was nog steeds in zijn goddelijke extase en kon nog niet goed staan. Een volgeling hield hem vast en hielp hem aan boord van het schip te komen. Keshav zag Sri Ramakrishna in die conditie, en was druk bezig hem te ontvangen door de mensen te zeggen dat zij de nodige plaats moesten maken, als zij ernaar verlangden de heilige in die van God dronken staat te zien. Keshav liet Sri Ramakrishna in een stoel plaatsnemen, zelf ging hij op een andere zitten en Vijay zat ook op een stoel. Keshav was enigszins verbaasd bij het zien van Vijay, omdat Vijay hem een paar maanden geleden verlaten had, aangezien zij een verschil van mening hadden betreffende het huwelijk van Keshav’s dochter met een prins van de Cooch Behar staat, dat eerder plaatsvond en dat de regels van de Brahmo Samaj schond. Vijay bekritiseerde Keshav hiervoor openlijk en verliet zijn Brahmo Samaj waar hij (Vijay) als assistent prediker fungeerde. Keshav had in feite Vijay niet uitgenodigd, maar Vijay kwam met Sri Ramakrishna mee met wie hij in zijn kamer in gesprek was.

Sri Ramakrishna, nog steeds in een extatische gemoedsstemming, sprak tegen de Goddelijke Moeder aldus: “Moeder, waarom brengt U mij hier? Kan ik hen van de ketenen van de slavernij van lust en begeerte van een wereldlijk leven bevrijden?” M. hoorde deze uitspraken van Thakur. “Wereldse mensen hebben het druk met hun gewone genoegens van het familieleven; kan hun geest naar een spiritueel leven getrokken worden?” – Sri Ramakrishna sprak tegen de Goddelijke Moeder op deze manier zoals M. begreep.

Sri Ramakrishna kwam geleidelijk aan uit zijn Samadhi tot de normale staat, maar tot nu toe kon hij nog niet spreken.

Nilmadhav, een volgeling uit Gazipur, die de grote heilige Pawhari Baba daar had gezien, sprak over hem met Sri Ramakrishna. Hij vroeg of Thakur die grote heilige had gezien. Hij zei dat de heilige een foto van Sri Ramakrishna in zijn kamer had. Sri Ramakrishna glimlachte alleen maar, omdat hij nog niet kon spreken. Hij wees alleen naar zijn lichaam en mompelde – “dit kussensloop?” Het lichaam is alleen de buitenste schaal van het Atman, waarin het Atman of het zelf verblijft. God verblijft binnenin dit menselijk lichaam. De mensen hechten alleen belang aan het lichaam, en denken helemaal niet aan God, die de essentie van het leven is. Bedoelt Thakur nu met “kussensloop” te zeggen, louter en alleen dit lichaam, dacht M.?

Na enige tijd zei Sri Ramakrishna: “Maar er is een ding: God verblijft in het hart van de volgelingen ofschoon Hij overal in deze wereld tegenwoordig is. Zoals een landheer er de voorkeur aan geeft in een speciale spreekkamer in zijn rechtsgebied te verblijven, zo ook wil God in het zuivere hart van zijn gelovigen verblijven. Als mensen de Zamindar (landheer) wensen te spreken, dan gaan zij naar de speciale spreekkamer omdat zij zeer wel weten dat de landheer daar verblijft. Jnanis (wijzen) noemen God Brahman, een yogi spreekt over Hem als Atman, en een gelovige noemt Hem “Bhagavan” (God). Hetzelfde Ene oneindige Wezen, noemen de mensen bij verschillende namen. Een Brahmaan wordt “Priester” genoemd als hij God aanbidt; dezelfde man wordt door de mensen een Brahmaanse kok (Bamun Thakur) genoemd als hij bezig is met koken. Eerst redeneert een Brahma-jnani een man die Brahman heeft gerealiseerd bij het zien van deze wereld, als “Neti, Neti”- niet dit, niet dit – d.i.: Brahman is niet deze wereld, niet de individuele ziel. Wanneer een Brahma-jnani door deze wijze van redenering Brahma-jnana bereikt, realiseert hij de hoogste kennis en redeneert hij niet verder. Een Brahma-jnani beschouwt de wereld als onwerkelijk, alleen Brahman is werkelijk. Dus hechten zij geen enkel belang aan de wereld en zijn plezierige objecten. Zij proberen hun geest op Brahman gericht te houden de hoogste Ene en absolute Werkelijkheid, en bereiken uiteindelijk Samadhi. Alleen enkele heiligen, wijzen of perfecte zielen – zoals Sankaracharya, Boeddha en anderen – kunnen dit pad volgen. De bhakta’s (gelovigen) accepteren alles van dit universum als werkelijk, omdat zij allen door God geschapen zijn. Zoals God is ook zijn schepping werkelijk voor de volgelingen. Omdat zij God liefhebben, proberen zij al de geschapen wezens van de wereld lief te hebben. Een jnani ziet de wereld als objecten uit een droom. Voor hem is niets permanent in deze wereld, alles verandert snel en is voorwerp van verval en dood. Na het ontwaken uit de droom, ziet men de droomobjecten niet meer die zo werkelijk waren tijdens de droom. Alles verdwijnt met de wakende staat. Op dezelfde wijze is deze wereld tijdelijk en van voorbijgaande aard voor een jnani (een wijs mens of een ontwaakte ziel) – hij hecht geen enkel belang aan deze wereld en zijn objecten. Voor hem is Brahman het enige permanente blijvende Wezen, en hij probeert Brahman te realiseren.

Maar een gelovige van God beschouwt alles in deze wereld als werkelijk omdat zij de manifestaties van God zijn. De wereld is dus geen droom voor een gelovige van God. De wereld is werkelijk omdat God werkelijk is en hij probeert alles en iedereen lief te hebben omdat God in iedere ziel verblijft. De gelovige zegt – de lucht, de zon, de maan, de sterren, de wind, de oceanen etc., zij alle zijn door God geschapen, dus zijn deze dingen Zijn glories. De vierentwintig categorieën van de elementen van Prakriti zijn de manifestaties van God. (vijf grove elementen - aarde, water, vuur etc., vijf Pranas, vijf zintuigen, vijf grove organen, geest, intellect, ego en Prakriti vormen de Natuur of Prakriti). De gelovigen wensen geen suiker te zijn, zij willen het genieten, zij willen het smaken. Een jnani wil een zijn met Brahman, maar een gelovige van God wenst niet een met Hem te zijn – hij wil van Hem genieten en zijn afzonderlijke bestaan behouden. Hoe voelt een bhakta zich? Een gelovige zegt: “O God, Gij zijt mijn Vader, Gij zijt mijn Moeder – ik ben Uw kind. Gij zijt mijn Meester, ik ben Uw dienaar. Opnieuw Gij zijt mijn lieveling, mijn kind”, zoals de oude vrouwen van India oefenen in het dienen van God ( in zijn babytijd als Gopal, Ramlala, etc.) met deze moederlijk liefhebbende instelling. Een volgeling kan op zovele manieren een relatie met God aangaan, in overeenstemming met iemands eigen geest of houding.”

Sri Ramakrishna zong een lied waarin de Goddelijke Moeder aan het vliegeren was, en zij klapt in haar handen als nauwelijks een op de duizend vliegers de koorden doorsnijdt waarmee het verbonden was. Dat betekent dat alles in Haar handen ligt, alles hangt van Haar genade af. Indien Zij iemand wil bevrijden dan kan Zij dit uit Haar vrije wil doen, en de ziel wordt bevrijdt van het knechtschap van de wereld. Maar de meerderheid van de mensen lijdt in deze wereld door slavernij, het hogere ideaal in het leven, d.i.: vrijheid of redding vergetende. De Goddelijke Moeder bewerkt onze geest; onze geest is heel gelukkig bezig met wereldse zaken, en zoekt niet naar God als Zij wil dat wij in deze wereld spelen. Maar als zij ons hart naar Haar toe trekt, dan alleen voelen wij een sterke drang voor haar visioen. Alles is in Gods hand. Het is de Goddelijke Moeder, de magische kracht van God, gezeten in ons hart, die schijnbaar poetsen bakt, of onze geest naar God uit wil gaan of naar deze wereldse genoegens. Door Haar bedrieglijke macht, worden wij misleid in deze wereld. En opnieuw kan Zij ons vrijmaken als Zij dit wenst te doen.

Iedereen moet werken in deze wereld. Wij kunnen niet stil zitten zonder iets te doen. Maar wij moeten werken zonder zelfzuchtige houding. Het is zonder twijfel heel moeilijk, maar het is de enige manier waarop wij ons van de slavernij van werk kunnen ontdoen. De verwachting van het resultaat van het werk doet ons lijden, geeft ons zorgen en angsten – niet het werk zelf.

Sri Krishna leert hetzelfde in de Bhagavad Gita: “Ga verder, zonder ophouden, met het werk wat je geacht wordt te doen in deze wereld (en natuurlijk alleen goed werk en niet het slechte), maar verwacht geen resultaten daarvan, maar geef de resultaten over aan Mij (aan God)”.

Als wij met deze onzelfzuchtige houding kunnen werken of met een toegewijde geest, dan kunnen we alle zorgen en angsten vermijden en kunnen wij onze geest kalm en vredig houden. Ook het werk zal beter zijn als wij het met een vredige geest kunnen doen. Dit wordt Karma-Yoga genoemd.

Een volgeling vroeg aan Sri Ramakrishna: “Heer, is het niet mogelijk God te realiseren zonder de wereld te verzaken.

Sri Ramakrishna zei: “Er schuilt geen kwaad in als men bij zijn eigen mensen in de familie blijft. Men kan niet altijd zijn geest op de hoogste trap van de toonladder houden, d.i.: op God alleen, terwijl men in de wereld leeft. De geest verblijft meestal op de lagere niveaus. In de toonladder zijn er – Sa, re, go, ma, pa, dha, ni – (do, re, mi, fa, sol, la, si ) zeven noten. Men kan niet lang op de hoogste noot blijven: men moet naar beneden komen naar de lagere noten”.

Sri Ramakrishna geeft ons een voorbeeld van het spelen met het kaartspel ‘Nox’ genaamd. Als men zeventien punten heeft (d.i.: het maximum) dan is men uit het spel. Maar zij die lagere punten hebben – zoals bijvoorbeeld tien, zes of vijf – zij kunnen het spel doorspelen.

Sri Ramakrishna zei: “Ik ben uitgespeeld door de hoogste punten te hebben – en daarom sta ik buiten het spel. Maar jij bent veel slimmer dan ik! Jij vervolgt jouw spel door lagere punten te scoren, d.i.: door in de familie te blijven en van het wereldse leven te genieten.”

Sri Ramakrishna staat buiten het spel, wat betekent dat hij niet langer van het wereldse leven geniet, zijn geest wordt door de gedachte aan God in beslag genomen.

Er is niets verkeerds in dat jij het leven van een gezinshoofd leidt. Het is een grote geruststelling voor de gezinshoofden dat er niets verkeerds is aan het leiden van een familieleven.

Dit is de grootheid van de wereldleraren dat zij niemand ontmoedigen, zij verheffen de mensen van hun eigen niveaus naar de hogere staat van zijn. Maar ofschoon de mensen in de familie blijven en verschillende werkzaamheden van het gezinsleven doen, moet men God aanroepen. Houd de voeten van God met een hand vast en doe werkzaamheden met de andere hand – dat is zijn raad aan gezinshoofden. Wanneer je klaar bent met het werk, of wanneer je gepensioneerd bent, dan kun je de voeten van God met beide handen vasthouden. Dat betekent dat men van jongs af aan moet oefenen God aan te roepen.; dan alleen kan men dit ook doen als men gepensioneerd is. Een nieuwe gewoonte aanleren als men oud is, is praktisch onmogelijk.

Sri Ramakrishna zei: “Het gaat om de geest. De geest moet gezuiverd worden door spirituele oefeningen te doen. In een veredelde geest, is men vrij; in een onzuivere geest is men gebonden.”

Boeddha sprak: “Erop of eronder – het is in onze hand.” Met het geven van een voorbeeld van verschillende kleuren zei Sri Ramakrishna: “Als je je geest in slecht gezelschap laat zijn, dan zal je geest worden beïnvloed door slechte elementen. Maar als je je geest in goed gezelschap laat vertoeven - zoals heilige personen, heiligen of monniken, dan zullen goede gedachten, spirituele gedachten en goede kwaliteiten spontaan in je groeien.

Veronderstel dat je laarzen aandoet, dan zul je met trots wandelen; als je een paar bladzijden uit heilige geschriften leest, dan zul je Sanskriet verzen citeren etc.; en als je de engelse taal kent dan zul je proberen als een Engelsman te spreken –“ it”, “mit”, etc.” Allen lachten toen de Meester dit geïmiteerde Engels uitsprak, omdat hij helemaal geen Engels kende. Het is de geest die maakt hoe verschillend we naar de dingen kijken.”

Sri Ramakrishna geeft hier een concreet voorbeeld: “Veronderstel dat een man op zijn bed ligt met zijn vrouw aan de ene kant en zijn dochter aan zijn andere zijde. Hij houdt op een verschillende manier van hen zoals we weten, ofschoon hij dezelfde geest heeft.”

Sri Ramakrishna tot Brahmo volgelingen: “Het is de geest die bindt, en het is de geest die bevrijdt. Knechtschap en bevrijding zijn in onze geest. Als je je geest op God gericht kunt houden dan voel je je vrij en rustig en voel je je niet ongelukkig. Maar als je je geest in wereldse zaken houdt – zoals macht en positie, of naam en faam, of rijkdom en welvaart - dan kunnen allerlei problemen zich voordoen die je ellendig maken. Een Jnani behoedt zijn geest door onophoudelijk te denken – “Ik ben Brahman, ik ben niet gebonden maar ik ben een eeuwig vrije ziel” – dan brengt die gedachte hem geleidelijk vrijheid.

Sri Ramakrishna hield niet van de theologie van ‘Zonde’ in het Christendom. Daarom vertelde hij aan de Brahmo volgelingen dat hun Samaj ook die ideeën onderwees. “Dat is niet goed, omdat het langzamerhand je geest verzwakt. Door voortdurend “zondaar en zondaar” tegen jezelf te zeggen, word je werkelijk zo. Liever zou men moeten verklaren: ik ben een kind van God. Ik ben zijn gelovige, en hoe kan ik, door Zijn heilige naam uit te spreken nog langer een zondaar zijn? Dit type geloof en overtuiging moet men hebben.

Krishna Kishore ging naar Vrindaban, en op een dag liep hij op de weg en had dorst. Hij zag een man aan de kant van de weg, en vroeg hem wat water voor hem te halen. De man antwoordde: “Heilige man, ik ben een Chandala, van een lagere kaste, hoe kan ik water voor u halen?” Daarop zei Krishna Kishore: “ Je spreekt “Shiva, Shiva” uit en haalt water voor mij.” Hij had groot vertrouwen in de naam van God; daarom had hij de overtuiging dat iemand bij het uitspreken van God’s naam, zuiver van hart wordt. Krishna Kishore was een groot gelovige van God.”

Sri Ramakrishna zei: “Men wordt heilig door het zingen van de naam van God. Waarom zeg je dat je een zondaar bent?”

Hij zong een lied tot de Goddelijke Moeder: “O Moeder, als ik sterf terwijl ik Uw heilige naam uitspreek – “Durga, Durga,” dan wil ik nog zien of U stil kunt blijven en niet naar mij toekomt?"

“Ik bad tot de Goddelijke Moeder terwijl ik bloemen aan Haar Lotusvoeten offerde: “O Moeder, neem Uw Jnani en Uw Ajnani, Uw kennis en Uw onwetendheid etc., alstublieft, geef mij zuivere devotie voor Uw lotusvoeten.”

Dat is het juiste soort gebed dat wij allen moeten proberen te beoefenen in het leven.

Sri Ramakrishna zong ook nog een lang lied van Ramprasad dat vertelt en onderwijst over vele dingen in ons spirituele leven zoals: “Pavritti, Nivritti, Vivek, Vairagya” etc., etc.

Sri Ramakrishna zei: “Waarom zou Godrealisatie niet mogelijk zijn in het familieleven? Koning Janaka, de heerser van Mithila (Sita’s vader) leidde een familieleven. Maar hij bereikte Zelfkennis, Brahmajnana, voordat hij koning werd. Hij deed veel spirituele oefeningen, onderging strenge ontberingen in eenzaamheid voordat hij het familieleven binnentrad. Daarom was het voor hem slechts na het bereiken van Zelfkennis mogelijk om van de wereld te genieten. Daarom is het voor gezinshoofden absoluut noodzakelijk zo nu en dan naar een eenzame plaats te gaan en God met hart en ziel aan te roepen, zonder aan wat voor familiezaken ook maar te denken. Op die tijd moet geen enkele andere gedachte behalve die aan God in de geest gehouden worden. Alleen na het bereiken van toewijding aan God kan men ongehecht in de familie leven met alle wereldse objecten die zo aantrekkelijk voor ons zijn. Het kan zelfs voor twee, drie dagen zijn, en indien mogelijk, voor een week of meer. Indien dit niet mogelijk is, dan kan zelfs een dag ons helpen ons in eenzaamheid terug te trekken, mits wij Hem intensief aan kunnen roepen in die tijd.”

In de beginfase van ons spirituele leven moet men zeer zorgvuldig zijn in het ontwikkelen van liefde voor God. Als wij groeien in geloof en liefde voor God, is zulke zorgvuldigheid niet zo nodig. Als men een kleine plant heeft geplant, moet het beschermd worden door het rondom een omheining te geven; anders zullen koeien en geiten het schaden door de plant op te eten. Maar wanneer dezelfde plant opgroeit tot een boom, dan kunnen zelfs olifanten worden vastgebonden aan zijn stam. Het kan geen enkele schade aanbrengen aan die boom. Zo is ook in het spirituele leven dezelfde regel of methode van toepassing.

Als een tyfuspatiënt moet genezen, dan moet hij worden verwijderd uit de kamer waar veel dingen bewaard worden die zo'n patiënt kunnen verleiden – zoals een volle kruik water, ingemaakt zuur etc. Anders kan zo'n patiënt niet genezen. Overeenkomstig kan een man die in de familie leeft met vrouw en kinderen en andere genoeglijke dingen die hem zeer dierbaar zijn, niet de slechte invloed van deze dingen vermijden, als hij niet naar een afgelegen plaats gaat om God aan te roepen. Deze dingen zullen zijn geest in beslag nemen en hem niet toestaan aan God te denken. Iemand moet het familieleven pas betreden na het bereiken van ‘Vivek en Vairagya’ – onderscheidingsvermogen en ongehechtheid. Anders zal men verstrikt raken in de slavernij van het leven wat zorgen, lijden en ellende met zich meebrengt. In de oceaan van de wereld zijn er krokodillen zoals passie, toorn etc. die schade berokkenen. Maar als men het lichaam eerst insmeert met kurkuma (geelwortel) voordat men in het water gaat, dan kunnen de krokodillen geen enkel kwaad meer doen, zoals men zegt. “Vivek en Vairagya” zijn als deze geelwortel, die ons kunnen redden van de verwarring van het leven. De Heer alleen is werkelijk en alle andere dingen zijn onwerkelijk of tijdelijk - niet blijvend. Dit te weten wordt onderscheidingsvermogen genoemd. Als we onze geest met liefde aan God kunnen hechten, dan zal ongehechtheid aan de zogenaamde genoeglijke objecten van de wereld geleidelijk aan in onze geest komen. De volgelingen van God kunnen door Hem intens lief te hebben gemakkelijk van de gewone aantrekkelijkheden van de ondeugdelijke dingen van de wereld afkomen. Daarom moeten we liefde voor God ontwikkelen.

De Gopis hadden deze intense liefde voor Sri Krishna, de Incarnatie van God, die met de herdersjongens - en meisjes in Vrindavan speelde.”

Daarop zong Sri Ramakrishna een lied over Sri Radha die met haar intense liefde voor Sri Krishna met tranen in haar ogen om zijn visioen zong. Hij zei de Brahmo volgelingen dit soort van liefde voor het visioen van God te hebben, of je nu gelooft in Sri Radha of Sri Krishna maakt niet uit.

De boot voer snel naar Calcutta toe door de sterke waterstroom (laag tij) naar de Baai van Bengalen. De volgelingen schonken er geen enkele aandacht aan hoever zij waren gekomen omdat zij geheel opgingen in het luisteren naar de woorden als nectar van Sri Ramakrishna.

Keshav serveerde gepofte rijst met kokosnoot aan alle volgelingen en ook aan Sri Ramakrishna. De Meester en de volgelingen genoten van dit vriendelijke, gastvrije onthaal van Keshav, die ook gelukkig was om hen te bedienen. Thakur zag dat Keshav en Vijay (twee Brahmo leiders) niet erg vriendschappelijk met elkaar communiceerden, en dat zij zich gehinderd voelden om elkaar te spreken. De vriend van allen zijnde, wilde Thakur hen opnieuw in een vriendschappelijke verstandhouding met elkaar brengen. Daarom zei hij met een glimlach tot hen beiden: “Zie je, jullie verschillen zijn zoals die tussen geesten en apen - de volgelingen van Shiva en Rama – die altijd krakelen door hun tanden te laten zien. Sri Rama en Shiva - de twee grote Godheden van de Hindoes – staan op vriendelijke voet met elkaar. Shiva is Sri Rama’s Goeroe en Sri Rama is de Goeroe van Shiva. Soms verschillen zij van mening, dan bevechten zij elkaar, en opnieuw leggen zij het bij en worden zij opnieuw bevriend met elkaar. Maar het gekrakeel van hun volgelingen, het gekoeterwaals van geesten en apen, stopt in het geheel niet! Dat gaat altijd maar door en stopt nooit!”

Sri Ramakrishna zei: “Jullie behoren allebei (Keshav en Vijay) tot dezelfde Samaj. Zulke dingen als verschil van mening is menselijk, en kan niet vermeden worden”. Sri Ramakrishna gaf hier voorbeelden uit de Ramayana – Lava en Kusha vochten met hun vader Sri Rama. In een gezin nemen moeder en dochter afzonderlijk het vasten in acht op een geheiligde “dinsdag”.

Ramanuja had een verschil van mening met zijn Goeroe die een getrouw volgeling van Advaita was en beiden bekritiseerden elkanders geloof. Deze dingen gebeurden! Keshav heeft een Samaj en Vijay moet ook zijn eigen afzonderlijke Samaj hebben. Dit alles is nog steeds nodig.” Thakur zei tot Keshav: “Je kent de aard van je volgelingen niet eerder dan dat je ze opneemt in je organisatie, en daarom scheiden ze zich af. Ogenschijnlijk zijn mensen uiterlijk hetzelfde, maar door de drie Gunas – Sattva, Rajas en Tamas, zijn zij verschillend van aard. De handgemaakte cakes lijken uiterlijk gelijksoortig, maar zij hebben binnenin verschillende ingrediënten - sommige met gezoete gecondenseerde melk, sommige met kokosnoot, en andere met Kalai, peulvruchten etc. Weet je, ik denk dat ik louter een kind van de Goddelijke Moeder ben. Drie woorden – “Goeroe”, “Karta” en “Baba” steken mij. Ik houd er niet van dat de mensen mij met deze namen aanspreken.” Sri Ramakrishna verborg gewoonlijk zijn goddelijkheid door zijn nederige houding, zoals deze.

“Iedereen wil wel graag een Goeroe zijn, maar niemand wil graag een leerling zijn. Mensen zijn van nature egoïstisch en zij doen zich anders voor dan zij werkelijk zijn. Zij die de wereld verzaakt hebben, zij die van God opdracht (Chapras) kregen, zoals Narada, Sukadeva en anderen, alleen zij kunnen de mensheid leren. Sankaracharya behield dat ego, teneinde de mensen te onderwijzen in kennis.”

Jullie kennen de mensen van Calcutta (bedoeld wordt: de stadsmensen) zij zijn grillig. Zij graven een put om water te verkrijgen, maar zij hebben niet het geduld op een plaats te graven: als zij op enige belemmeringen stuiten, zoals steen, of iets dergelijks, dan gaan zij weg en graven op een andere plaats, zonder diep te gaan op een plaats. Zo gaan zij door met van plaats te veranderen. Hoe kunnen zij water krijgen? Als je water wil krijgen, dan moet je op een plaats graven totdat het water naar boven komt. Zo ook in het spirituele leven. Als je God wil realiseren, dan moet je over genoeg geduld beschikken om de spirituele disciplines te beoefenen gedurende lange tijd. Dan kan men vorderingen maken in het spirituele leven, en uiteindelijk God realiseren door Zijn genade. Sommige mensen denken dat zij alles bereikt hebben door het krijgen van een visioen, dat louter hun verbeelding kan zijn. Dat is absoluut verkeerd. Zij die God realiseren, zij krijgen rechtstreeks opdracht van Hem, wat zo krachtig is dat de mensen het wel moeten accepteren”

Sri Ramakrishna gaf in dit verband een voorbeeld uit zijn jonge jaren toen hij thuis woonde in Kamarpukur. “Er is een grote vijver, Haldarpukur genaamd, waar de mensen gewend waren aan de oevers zichzelf te ontlasten in de vroege morgen. De mensen die voor het nemen van een bad in die vijver kwamen, klaagden vele malen, maar er gebeurde niets. De volgende morgen gebeurde weer hetzelfde. Ten slotte dienden de mensen een klacht in bij het lokale gemeentebestuur, waarvandaan een “Chaprashi” (politieagent) kwam die een waarschuwingsbord plaatste, met de mededeling zulke handelingen niet te doen. Door deze waarschuwing (Chapras) van de autoriteiten durfden de mensen het niet te wagen zulke handelingen ooit nog te doen. Indien iemand overeenkomstig Chapras verkrijgt (rechtstreekse opdracht van God), dan is iedereen gebonden naar Hem te luisteren. Anders is het net als een blind mens die een ander blind mens leidt. Het richt meer schade aan dan dat het goed doet. Alleen iemand die God heeft gerealiseerd kan anderen in het spirituele leven helpen. Het is onwetendheid dat de mesne denken, dat zij degenen zijn die handelen.

Sri Krishna zegt dit ook in de Bhagavad Gita. Iemand kan een ‘Jivanmukta’ – een vrije ziel zijn, als men denkt dat God alleen degene is die doet; ik ben enkel een middel of instrument in Zijn hand. Alle last komt van het denkbeeld dat ik degene ben die handelt.”

Sri Ramakrishna zei: “Doe je plichten zonder gehechtheid, maar verwacht niets.” Hij zei tegen Keshav: “Jullie mensen denken dat jullie goed doen aan de wereld. Maar wie zijn jullie om goed aan de wereld te kunnen doen? Zorgt niet God, die het universum heeft geschapen, voor de wereld? Is de wereld zo klein? Bereik allereerst God door hem ernstig aan te roepen, en dan kun je werken zoveel als je wilt.”

Iemand vroeg Sri Ramakrishna op dit punt: “Mijnheer, moeten we alle werk opgeven voordat wij God realiseren?” “Nee, waarom wil je het werk opgeven? Je zult dit alles moeten doen naast je werk als gezinshoofd: meditatie op God, Hem vereren, Zijn naam en Zijn glories zingen etc.,” antwoordde Sri Ramakrishna. De Brahmo volgeling vroeg: “En wat betreffende de wereldse zaken?”

Sri Ramakrishna zei: “Ja, die moet je ook doen. Maar net zoveel als noodzakelijk is voor het gezin - zoals voor eenvoudig voedsel, kleding en enkele andere noodzakelijke dingen. Doe al dit werk, maar bid tot God dat Hij je wereldlijke plichten vermindert zodat je enige tijd beschikbaar krijgt om aan God te denken, en Hem oprecht aan te roepen om Zijn visioen te verkrijgen.”

Wij moeten dagelijks enige tijd voor onze spirituele oefeningen houden. Gewoonlijk zijn we te druk bezig met geld verdienen, zodat we meer kunnen genieten in deze wereld. Maar dat moest niet nodig zijn om vrede en vreugde in het menselijk leven te hebben. Vrede en gelukzaligheid komen alleen door een spiritueel leven te leiden. Het wereldse leven mag dan plezier en welvaart geven, maar uiteindelijk brengt het veel pijn en ellende.

Sambhu Mallick zei eens tegen Sri Ramakrishna dat hij enige ziekenhuizen, en liefdadigheidsapotheken wilde bouwen, putten voor drinkwater wilde graven en meer van zulke dingen.

Sri Ramakrishna antwoordde: “Doe zulk werk als het een dringende noodzaak is, en ook dat zonder enige verwachting van de resultaten – zoals, dat de mensen je zullen prijzen, omdat je dit doet. Allereerst moet je de Darshan van Kali hebben, en dan kun je, als je dat wilt, geld geven uit liefdadigheid aan de bedelaars die aan de kant van de weg zitten. Het hoofddoel van een menselijk leven is God te realiseren en dan, na God gerealiseerd te hebben kun je liefdadigheidswerk doen, als je dat wilt. Uiteindelijk is het werk bedoeld om God te realiseren. Ik zei tegen Shambhu: “Veronderstel dat de Heer voor je verschijnt, wat zul je dan tegen Hem zeggen? Zul je om meer ziekenhuizen, of liefdadigheidsapotheken vragen? Of zou je eerder zeggen: “O Heer, geef mij alstublieft zuivere liefde en toewijding zodat ik U niet zal vergeten.”

“Karma-Yoga” is heel moeilijk te beoefenen in dit Kali tijdperk overeenkomstig de geboden van de schrifturen. Het leven is in hoofdzaak afhankelijk van voedsel in dit tijdperk. De patiënt zal sterven als aan hem de ouderwetse Kaviraji medicijnen worden gegeven, die meer tijd nodig hebben voor de volledige vermindering van koorts. Thans moet het gepatenteerde “D-gupta” medicijn (een kant en klaar mengsel) worden toegediend om snel van de koorts af te komen. Het pad van devotie (Bhakti-Yoga) moet in dit tijdperk worden gevolgd om God te realiseren, dat is voor de meeste mensen gemakkelijk.”

Sri Ramakrishna zei tegen de Brahmo devotees: “ Jullie mensen zijn allemaal gelovigen, jullie roepen God aan, jullie bidden tot God, en jullie bezingen Zijn glories. Jullie zijn, net zoals Vedantijnen, ook Brahmajnanis, maar jullie volgen de droge filosofie van (Advaita) Vedanta niet; jullie zijn Bhaktas (volgelingen), dat is jullie pad en dat zal jullie goed doen.”

 

De boottrip is nu afgelopen. Allen zijn klaar om uit de boot te stappen en aan land te gaan. Het was een nachtelijke “Kojagari” (Laxmi Puja) bij volle maan. De golven van de Ganges leken een massa gouden bladen door de reflectie van de volle maan. Een rijtuig was voor Sr Ramakrishna geregeld om hem naar de Kali Tempel te Dakshineswar terug te brengen. Voordat Sri Ramakrishna het rijtuig instapte, vroeg hij: “Waar is Keshav?” Weldra verscheen Keshav, groette Sri Ramakrishna, en vroeg: “Wie gaat met Thakur mee?” Sri Ramakrishna boog ook naar Keshav alvorens in het rijtuig te gaan. Het rijtuig kwam langzaam aan in het Esplanade gebied, waar de engelse mensen (Britten) gewoonlijk woonden in die tijd. De straten waren goed verlicht met gaslampen, en het licht van binnenin de huizen kwam door de ramen naar buiten. Het was avond en het geluid van aangename pianomuziek, door engelse dames gespeeld, kon in de straten gehoord worden. Sri Ramakrishna was zo opgetogen als een kleine jongen toen hij door de straten reed. Opeens voelde hij zich dorstig, en vroeg om een glas water. Een volgeling ging de ‘Indian club’ binnen, en bracht een glas water. Thakur vroeg glimlachend of het glas schoon was? De volgeling zei: “Ja, Mijnheer.” Thakur dronk toen water uit dat glas.

Het rijtuig kwam bij Suresh Mitra’s huis in de Simulia straat. Suresh was een groot volgeling van Sri Ramakrishna, en was gewend geld uit te geven voor zijn benodigdheden na de dood van Shambhu Mallick. Suresh zorgde ook voor de behoeften van de jonge monastieke discipelen van Sri Ramakrishna na zijn dood. Hij gaf geld voor de huur van het Baranagore klooster(gebouw) waar de jonge discipelen voor het eerst hun verblijfplaats hadden, en ook voor de kosten van hun voeding. Suresh was niet thuis deze keer, hij was naar zijn buitenhuis gegaan, dichtbij het buitenhuis van Ram Dutta te Kankurgachhi.

Sri Ramakrishna zei tegen een van zijn jonge discipelen: “Ga er naar toe en vraag om het geld voor het rijtuig aan de dames van het huis. Weten zij soms niet dat hun echtgenoten mij dikwijls bezoeken in de Kali Tempel te Dakshineswar? “

Narendra (de toekomstige Swami Vivekananda) woonde dichtbij het huis van Suresh Mitra. Daarom zond Thakur iemand om Naren te roepen omdat hij hem wilde zien. Omdat Naren in die tijd een student was, was hij vaak druk bezig met zijn studies en kon hij niet vaak naar Dakshineswar gaan. Daarom wilde Sri Ramakrishna hem graag zien als hij Calcutta bezocht.

De dames van Suresh Mitra’s huis openden een bovenkamer voor Sri Ramakrishna waar hij comfortabel kon zitten. Een olieverfschilderij, dat verschillende groeperingen van religies met hun leiders en symbolen etc. – Hindoeïsme Boeddhisme, de Islam, en het Christendom - aan Keshav toonde, door Suresh gemaakt, hing aan de muur van de kamer waar Sri Ramakrishna was. Hij bekeek het schilderij vol vreugde. Juist toen kwam Narendra de kamer binnen, en Thakur’s vreugde kende geen grenzen. Hij vertelde aan Narendra hoe hij Keshav en Vijay weer verenigd had, die tevoren een conflict hadden. Hij had een boottocht gemaakt, geregeld door Keshav, en hoe heerlijk de rit was geweest in het gezelschap van de Brahmo volgelingen, etc. Hij legde ook uit hoe hij over het vasten sprak, die door moeder en dochter in acht werden genomen op een bepaalde speciale dag van de religieuze Hindoe ritus. En nog eens over hoe de rollen van Jatila en Kutila nodig zijn ter ondersteuning van een speciaal doel, wanneer God op aarde komt.

Sri Ramakrishna vroeg aan M. te bevestigen of hij al deze dingen tijdens zijn conversatie op de boot had gezegd. M. zei: “Ja, Heer.”

Het begon laat te worden, en Suresh kwam tot nogtoe niet terug van zijn buitenhuis. Maar Sri Ramakrishna moest naar Dakshineswar teruggaan die avond. Daarom aanvaardde hij de terugreis door met zijn begeleider in het rijtuig te stappen.

M. en Naren groetten hem en gingen ieder naar huis terug.



Wordt vervolgd

ENKELE DAGEN IN RUSLAND[3]



Swami Sarvatmananda



(Vervolg van vorig nummer)



Het was toen ongeveer 15:00 uur en we waren vrij laat voor de lunch die we in een restaurant dichtbij het station gebruikten. Swami had reeds eerder onze trein tickets met slaapplaatsen gereserveerd om naar St. Petersburg te gaan. Het is een reis met de nachttrein die van Moskou naar Helsinki, de hoofdstad van Finland, gaat. St. Petersburg werd “Stalingrad”genoemd, gedurende het communistische regime, maar kreeg zijn vroegere naam terug na de van van het communistische bewind. Nadat wij onze rijkvoorziene lunch genuttigd hadden, gingen wij op weg om het beroemde “Russische Staatscircus” te zien, dat Swami me wilde laten zien gedurende de tijd die ik in Moskou doorbracht. Dus gingen we naar het dichtstbijzijnde metro station om naar de show van het circus te gaan, die om 17:00 uur begon. Het duurde meer dan twee uur en ik genoot er echt van. Wij kwamen vrij laat thuis voor de avondmaaltijd.

Een dag werd aan het Centrum besteed voor het “Janmasthami” festival – de geboortedag van Sri Krishna. Een speciale eredienst werd gehouden voor baby Krishna in de kapel, na de avonddienst, Arati, (Vespers) en Bhadjans (devotionele liederen) werden door de Swamis en de devotees gezamenlijk gezongen. De Brahmachari leerde het doen van een Puja in het Belur Math Trainings Centrum, en dus deed hij de Puja. Natuurlijk hielp de Swami hem ook. Na de Puja werd Prasad uitgedeeld aan al de samengekomen devotees, ongeveer 20-25 in aantal. Luchi, Payas (rijstpudding), vruchten en zoetigheid waren aan Sri Krishna geofferd, het

meeste was in het Centrum zelf toebereid door de Swami met de hulp van enige volgelingen. Diezelfde avond moest ik nog een lezing geven voor de devotees over het spirituele leven. Hun secretaris Liliana vertaalde mijn lezing in het Russisch.

De volgende dag gingen we (Swami en ikzelf) op weg naar St. Petersburg met de nachttrein vanaf het hoofd-station, waar we naar toe gingen met de mini bus en de metro. Liliana vergezelde ons om ons op de trein te zetten. De Helsinki board Express trein vertrok na 22:00 uur. en wij bereikten onze bestemming in de vroege morgen. Een vrouwelijke devotee van het Centrum te St. Petersburg kwam naar het station met haar grote luxueuze auto om ons te ontvangen. Die morgen regende het daar ook! Het Centrum is niet ver van het station af gelegen en wij bereikten het in 15/20 minuten. Een andere volgelinge die voor het Centrum zorgt als Swami afwezig is, bereidde in korte tijd ons ontbijt en we kregen lekkere verfrissingen na de nachtelijke reis.

Dit Centrum heeft ook een appartement op de tweede etage van een zeven verdiepingen tellend gebouw. Het gebouw is zeer oud en behoeft onderhoud zoals te zien is bij de ingang en de trap die naar de tweede verdieping leidt. Daarom kon Swami een flat kopen tegen een goedkopere prijs. Het Centrum heeft drie kamers en een keuken-eetkamer. De grotere kamer wordt gebruikt als kapel en is nu mooi hersteld om het altaar voor Thakur-Ma-Swamiji op te zetten.

Na het ontbijt verrichtte Swami de speciale eredienst voor Thakur en de devotees zorgden voor de benodigdheden van de Puja. Ongeveer twintig volgelingen kwamen die morgen om deel te nemen en zongen devotionele liederen nadat de Puja beeindigd was. Gekookt voedsel was ook toebereid door de devotees op het Centrum en aan Thakur geofferd gedurende de lunchtijd. Wij allen kregen Prasad, gezeten in de kapel die de enige grotere kamer is die ruimte biedt aan de mensen. Swami kondigde aan dat zij de volgende avond moesten komen om mijn lezing bij te wonen na de Vesper dienst en de Bhadjans. En natuurlijk zal aan allen Prasad worden uitgedeeld na de Arati. Die dag kon ik na de lunch geen rust nemen omdat Swami wilde dat ik met een devotee die een beetje Engels kende en een auto had, uitging. Mijn verblijf te St. Petersburg was zeer kort – slechts twee dagen en een nacht. Twee nachten waren aan de trein zelf besteed voor onze reis vanaf Moskou. Dus verliet ik het Centrum met die jongeman en bezocht enige belangrijke plaatsen. De dag veranderde weer in een zonnige dag en wij hadden geen problemen tijdens het bezoeken van verscheidene plaatsen. Allereerst gingen we naar een groot park, waar een vuur onophoudelijk brandde. Het terrein was overvol van de mensen. Ik kwam van mijn gids te weten dat vele mensen daar voor hun huwelijks-ceremonie komen, en daarvoor dicht bij dat vuur gaan zitten, wat een oude Hindoe gewoonte is. Vervolgens bezochten we een mooie kerk nadat we natuurlijk kaartjes ervoor hadden gekocht. Binnen in de kerk zag ik overal mozaiek werk – vloeren, muren,plafond met “oogvangende”kunstwerken. De belangrijke gebeurte-nissen uit het leven van Christus waren afgebeeld door kunstwerken op marmeren platen. Voor de eerste keer zag ik zulke prachtige kunstwerken in een kerk. Toen nam hij mij mee naar het museum dat een van de grootste van de wereld is. Ik heb nog niet eerder in enig ander land in Europa zo’n groot museum gezien, zelfs niet in Amerika waar ik vijftien jaar woonde.De museumgebouwen  beslaan een zeer groot gebied aan de kant van de Nive rivier.Het waren de residentiele verblijven van de Tsaren, zo vernam ik. Men kan al het tentoongestelde niet in een dag bezichtigen, dat weet ik zeker.Het neemt zeker verscheidene dagen in beslag om al de hallen van dat museum, dat uit verschillende verdiepingen bestaat, te bezoeken. Wij bleven ongeveer drie uren en zagen belangrijke kunstwerken - van Italiaanse kunst, van andere Europese kunst, Russische kunst etc., en zelfs hallen waarin Chinese en Indiase bijzonderheden tentoongesteld werden. Wij wandelden het museum uit en gingen naar de rivierzijde om een goed uitzicht over het gehele gebied te hebben.Wij zagen aan de overkant van de rivier de plaats waar St. Peter voor het eerst/ aankwam en de stad werd later naar hem genoemd. Natuurlijk was het een door hem gebouwde kerk waar hij verbleef, maar die nu als een militaire barak wordt gebruikt, zoals ik van mijn gids hoorde.

We kwamen ’s avonds terug in het Centrum en woonden de Vesper dienst bij die door de Swami en enige devotees werd geleid. Na het avondeten trok ik mij terug in een van de twee slaapkamers, die recentelijk was gerenoveerd voor de Swami en de gast Swami. Maar ik had die nacht (last van) verscheidene muggenbeten die mijn slaap verschillende keren verstoorden!

De volgende morgen bezochten we een dorpje, Izbara genaamd, (“Iswara”is het Sanskriet woord voor God) dat ongeveer twee uren rijden van het Centrum gelegen is. Ik wenste het echte dorpsleven in Rusland te zien. Dus regelde Swami welwillend dit uitstapje in St. Petersburg voor mij, dat echter door gebrek aan tijd gedurende mijn verblijf te Moskou, niet mogelijk was. En de stad Moskou beslaat 70 km, hoorde ik. Dit is een zeer speciaal dorp omdat het geassocieerd wordt met de geboorte van Nicholas Rosick, een beroemde Russische schilder en filantroop. Nicholas houdt van de natuur, bezocht India, Nepal en enige andere Oosterse landen. Hij hield van India en hij verliet Rusland tijdens het Communistische bewind en verbleef met zijn vrouw in de Himalayas. Hij overleed daar ook. In dit kleine dorp “Izbara”staat een museum dat zijn schilderijen en al wat hij gebruikte, en ook verscheidene foto’s van hem met familieleden, tentoonstelt. Ik hoorde, dat er nog een ander museum is in New York City van de USA, dat zijn kunst tentoonstelt. De directeur van dit museum is een Russische vrouw die met haar man in het belendende verblijf van het museumgebouw woont. Zij zijn goede devotees en de Swami is zeer goed bekend bij hen. Zodra wij aankwamen ontving zij ons hartelijk, kwam dicht bij de auto en groette ons met een van vreugde stralend gezicht. Haar man was thuis en groette ons later. Nadat wij een kopje thee gedronken hadden met wat versnapringen erbij, namen zij ons mee naar hun groentetuin en boomgaard die vol stond met appelbomen, aan welke takken nog onrijp fruit hing. Zij raapten wat vruchten op en gaven het enthousiast aan ons om te proeven. Er waren pompoenen, tomaten, suikerbieten, radijs, aubergines, groene pepers, koriander blaadjes en nog veel meer zoals Spaanse peper etc. En ze waren ook vrij groot van vorm, zag ik.De grond in hun tuin is vast en zeker zeer vruchtbaar. Enige suikerbieten en een of twee andere groenten werden door haar man voor ons geplukt om mee te nemen naar Moskou. Toen wij uit de tuin kwamen ging zij het eten voorbereiden voor onze lunch, en haar man nam ons mee om ons het museum te laten zien, hetgeen een twee verdiepingen tellend gebouw is.Verscheidene vrouwen waren op die tijd aan het werk omdat het museum open was en zij verwelkomden ons en lieten ons hun afdelingen zien. Zij wilden ons onthalen op verse geitenmelk en enige versnaperingen die zij ons aanboden voor onze lunch.

Toen wij uit het museum kwamen, wandelden wij om het terrein van het museum, vol met bomen, vijvers, een paar oude huizen met inbegrip van een gedeeltelijk beschadigde stal waar eens veel paarden stonden.Een andere heer, die als gast voor een verblijf van een paar dagen was gekomen, vergezelde ons gedurende onze wandeling over het eigen terrein. De lunch was gereed toen wij terugkwamen van onze wandeling rond de terreinen.Zij had die dag zo vele gerechten voor ons klaargemaakt! Wij genoten van hun liefdevolle gastvrijheid. Terwijl wij zo rondliepen nam deze heer zeer veel foto’s van ons. Wij verlieten het dorp direct na de lunch omdat ik die avond in het Centrum een lezing moest geven. De dorpen zijn erg klein in het vasteland – een paar huisjes hier en daar met land wat bebouwd kan worden. Een of twee huizen zijn uit steen gebouwd waar verhoudingsgewijs, betrekkelijk rijkere mensen zich kwamen vestigen na hun pensioen. Anderen kwamen slechts gedurende de zomermaanden in de huisjes wonen en verbouwden enige groenten op hun land om voor eigen consumptie mee te nemen naar hun huizen in de stad. De mensen verbouwen veel groenten zoals aubergines, aardappelen, komkommer, tomaten, watermeloenen etc. welke zij aan de kant waar de bus rijdt, verkopen. Ik zag overal aan de kant van de weg, bergen zeer grote watermeloenen liggen, terwijl wij uit het dorp terugkwamen. Wij kwamen op tijd terug voor de avonddienst in de kapel.

Daarna gaf ik ongeveer een uur een voordracht over een spiritueel onderwerp, dat vertaald werd in het Russisch door de secretaris van het Centrum, die een aardige jongeman is, met redelijke kennis van het Engels. Vragen en antwoorden volgden en toen werd het avondeten opgediend aan al de deelnemende devotees, ongeveer twintig in getal. Een paar volgelingen hielden mij lange tijd aan de praat. Het was juist wel goed voor mij de tijd zo door te brengen omdat onze trein naar Moskou verondersteld werd eerst na middernacht te vertrekken.

De vrouwelijke devotee die ons twee dagen eerder in de vroege morgen ontving, verscheen precies op tijd met haar kleine snoezige hondje, en wij verlieten het Centrum. Zij moest alleen te middernacht reizen, en daarom scheen het mij toe dat haar hondje haar bescherming moest zijn. Zij regelde onze gereserveerde plaatsen in de bovenste couchettes, verspreidde gehuurde lakens, dekens en kussens, wat zij zelf betaalde. De reis per trein in Rusland is naar mijn gevoel zeer comfortabel.

Om ongeveer 10:00 uur bereikten wij Moskou waar een devotee van het Centrum ons ontving met haar kleine dochtertje van ongeveer vier/vijf jaar. Wij moesten om bij het Centrum te komen, op verschillende metro stations wisselen van trein.Maar een ding merkte ik op: de metro diensten in Moskou zijn uitstekend. Treinen rijden zeer snel weg zodra de passagiers in de compartimenten zijn gegaan en men behoeft niet op de volgende trein te wachten omdat die binnen een paar minuten komt. En elk treinstation is prachtig gedecoreerd met artistieke schilderingen welke niet aan elkaar gelijk zijn. Ik hoorde van de Swami dat zij dit met de intentie deden, de Russische kunst en cultuur aan de bezoekers te laten zien. Al de metro stations zijn zeer diep – twee/drie verdiepingen beneden de oppervlakte - maar hebben het gemak van grote roltrappen die dag en nacht door rollen. Deze metro dienst is iets unieks in Moskou! Dit heb ik nergens anders gezien in andere grote steden die ik gedurende mijn twintigjarig verblijf in het Westen, bezocht.

De Russische devotees zijn prettig in hun gedrag met de Swami’s zoals in onze andere Centra, zo niet nog beter. Zij respecteren de Indiase monniken zoals ik gedurende mijn verblijf in Rusland opmerkte. Het land is groot en vol met natuurlijke bronnen – zoals aardgas, petroleum, ijzer erts, andere mineralen, en zeer grote hulpbronnen aan wouden, die het hele land beslaan. De bevolking is veel minder in vergelijking tot het uitgestrekte land: slechts ongeveer 150.miljoen vernam ik. Van het Oosten naar het Westen duurt bij non stop vliegen negen uren en per trein duurt het acht tot negen dagen om dwars over het land te gaan. Natuurlijk, het meeste land is bedekt door wouden, en het noordelijke deel blijft in de winter bedekt met sneeuw. De gewone mensen hebben geen goede ontwikkeling en waren verstoken van de geciviliseerde wereld gedurende het harde Communistische regime. Op de een of andere manier konden zij overleven door hard te werken voor hun onderhoud. Momenteel is de situatie verbeterd, en de mensen zijn tevreden, naar het schijnt. Overal moeten zij de Engelse taal kennen om te kunnen communiceren met de rest van de wereld. Op het religieuze gebied winnen orthodoxe Christenen meer en meer grond. Enige van hun oude kerken zijn geleidelijk aan gestart te functioneren.

De Vedanta beweging en andere Hindoeistische geloven zoals het Boeddhisme etc. worden dag aan dag meer populair, speciaal onder de ontwikkelde mensen van Rusland. Langzaamaan komt de verandering en de twee Vendanta Centra zijn slechts recentelijk gestart te functioneren. De mensen waarderen ons werk en zij nemen aan onze diensten deel. Als het ijzeren gordijn van de Russische regering verwijderd is van het religieuze gebied en meer en meer liberaal wordt voor alle geloven, dan heeft de Vedanta een schitterende toekomst in Rusland, ervoor zorgende dat meer Centra geleidelijk geopend worden in de verschillende delen van dit grote land.

Swami en Liliana vergezelden mij naar het vliegveld door een taxi te huren op de 30e ’s morgens om mij uitgeleide te doen, en ik landde op Schiphol vlieghaven na verloop van tijd met de prettige herinnering aan mijn bezoek aan Rusland.ٱ

ADI SHANKARACHARYA



Swami Savitananda[4]



In Sivananda Ashram in Rishikesh bevindt zich in de grote mandir een beeld van Adi Shankaracharya. Toen ik daar een tijdje verbleef, ging ik elke ochtend na de Puja naar Zijn kapel om Hem te groeten en Hem mijn dankbaarheid te tonen voor alles wat Hij voor mij betekent. Ik ben een groot bewonderaar van Adi Shankara, voor mij is Hij de incarnatie van Shiva, het Hoogste Bewustzijn. Adi Shankara betekent Eerste Shankara, Acharya is Meester.



DE EERSTE ACHT LEVENSJAREN

Het verhaal van Shankara’s leven gaat als volgt. In Kaladi in Zuid India leefde een jonge man, Shivguru geheten, die zijn leven wijdde aan het bestuderen van de geschriften, aan meditatie en verering van de Goden. Hij bracht zijn dagen door in de mandir. Daar hij de enige zoon was van zijn ouders, werd door zijn vader, Vidyadhara, op een goede dag naar huis geroepen om zijn taak als zoon te vervullen en voor zijn ouders te komen zorgen en de landerijen te onderhouden. Hij werd uitgehuwelijkt aan Vishishta Devi en daarmee begon zijn leven als gezinshoofd. Jaren gingen voorbij zonder dat het echtpaar een kind kreeg, wat zijn vrouw en hij heel erg vonden; want wie zou er voor hen moeten zorgen op hun oude dag?

Shivguru bad dagelijks tot Siva om hem te vragen een kind te mogen krijgen. Op een nacht verscheen Siva hem in een droom. Shiva sprak tot hem: “Shivguru, je bent mij trouw en toegewijd. Ik heb je gebeden om een kind te mogen krijgen gehoord. In dit leven ben je echter niet voorbestemd om kinderen te krijgen, maar wegens je trouw wil ik je belonen. Je

mag kiezen: wil je een zoon die gezond is en lang en gelukkig zal leven of kies je voor een zoon die slechts 16 jaar zal worden maar Alwetend zal zijn. Hem wacht een grote taak. Wat  kies je?” Voor Shivguru was deze keus niet moeilijk, hij wilde Shiva het allerbeste dienen en koos voor de jongen die slechts 16 jaar zou mogen worden maar wel een belangrijke spirituele taak in India zou vervullen. Daarop zei Shiva dat Hijzelf als zoon van Shivguru  zou incarneren. Het kind werd geboren. Al spoedig bleek dat het een wonderkind was, dat op zijn tweede levensjaar al kon lezen en schrijven. Na enige jaren stierf echter de vader, zodat de moeder achterbleef met het jongetje dat de naam Shankara had gekregen, wat betekent genade.

Volgens de overlevering verliet hij als achtjarige het huis van zijn moeder. Dat is heel jong volgens onze begrippen, maar in India komt het nu ook nog voor dat spiritueel hoog ontwikkelde kinderen al heel jong naar een guru willen gaan en bij hem willen blijven wonen en leren. Voor ouders is het loslaten van een kind niet gemakkelijk, zeker niet als het kind geen broertjes of zusjes heeft of, zoals in het geval van de kleine Shankara, de moeder ook nog weduwe is. De moeder wilde haar oogappel niet laten gaan toen Shankara haar zei dat hij de wijde wereld in wilde trekken. Om zijn verlangen kracht bij te zetten gebeurde er natuurlijk iets wonderbaarlijks. Shankara ging zwemmen in de rivier en werd gegrepen door een krokodil. Hij gilde naar zijn moeder dat als zij hem niet wilde laten gaan, de krokodil hem zou doden. Toen gaf de moeder toe en de krokodil liet Shankara los. Gekleed als een sannyasin met een kaalgeschoren hoofdje met niet anders bij zich dan een mala en een waterpotje, vertrok Shankara, op zoek naar een guru. Hij kende al de Veda’s en vele geschriften. Hij beloofde zijn moeder bij haar  terug te zullen keren voor zij zou sterven om zijn familieplichten voor haar te vervullen.



DE TWEEDE ACHT LEVENSJAREN

Naar verluidt heeft Shankara in de acht jaar die hij eigenlijk nog te leven had nadat hij het ouderlijk huis had verlaten, te voet heel India doorkruist. Zijn guru Govinda vond hij bij de Amanda rivier, een Advaita Vedanta leraar, die de leerling was van Gaudapada. Govinda was direct onder de indruk van het jongetje Shankara, niet alleen om zijn intelligentie en enorme kennis van de Vedas en de Geschriften, maar ook vanwege het feit dat hij in zijn eentje te voet in kennelijk korte tijd de tocht volbracht had van diep in het zuiden naar zijn hermitage in midden India. Shankaras uiteenzettingen over Advaita Vedanta zijn bewaard gebleven en geven blijk van grote kennis en zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de renaissance van het vedisch hindoeisme, de oude traditie, en voor de neergang van het Bhoeddhisme in India.

Ten tijde van Shankaras geboorte was het oude hindoegeloof nog verder in verval geraakt dan al bij de geboorte van de Boeddha het geval was. Om de oude vedische cultuur te herstellen stichtte Shankara tien kloosterordes, de orde met tien namen, Dasnami Orde. Deze kloosters vonden hun hoofdzetel in de vier windrichtingen van het land: Dwaraka  in het westen, Puri in het oosten, Sringeri in het zuiden en Bhadri in het noorden. Aan het hoofd van elke orde staat een Shankaracharya, die de opdracht heeft de leer zuiver te houden. Van al deze ordes was Shankara de eerste Acharya. Na hem kan dus niemand Adi Shankaracharya genoemd worden. Door deze kloosters, Math genaamd, werd het mogelijk eenheid te scheppen onder de verschillende groepen sannyasins die over het land verspreid waren en werden zij onder een vlag van vedisch dharma samengebracht . Door de komst van de kloosters werd er tevens een plek geschapen waar de zwervende monniken konden wonen tijdens de vier maanden van het regenseizoen.



MATH

Math is een religieuze zetel, die tot taak heeft Dharma, de oude vedische leer, te behoeden voor verval en te verkondigen. Degene die benoemd wordt tot hoofd van de zetel krijgt de titel Shankaracharya. Door de stichting van de vier Maths kregen de sannyasins ook een nieuwe taak in het leven. Waren de sannyasins voorheen personen die volledig afstand hadden gedaan van aardse zaken zoals werken voor de kost, het stichten en onderhouden van een gezin, mensen zonder opdracht of plicht in het leven, door de nieuwe sannyasins ordes werden zij geïnspireerd om de vedische leer uit te dragen. Voorheen droegen sannyasins eigenlijk geen kleren, zij gingen gekleed in ruimte, akasha. Nu werden zij aangemoedigd zich te bekleden met ongenaaide, oranjebruin kleurige gerua lappen, dhoti, als teken van hun sannyasin zijn. Zij kregen de opdracht de vedische leer uit te dragen door het geven van satsang en upadesh, spirituele bijeenkomsten in dorpen en steden. In ruil daarvoor werd de gemeenschap geacht de Math te onderhouden en de monniken van het nodige te voorzien. De gerua kleding staat symbool voor de hoogste spirituele traditie. Gerua is oranjebruine aarde uit de Himalaya die vermengd met water als verfstof wordt gebruikt en waarin de lappen worden ondergedompeld. Als christelijke monniken hun habijt dragen, vertegenwoordigen zij hun religie. Als sannyasins hun gerua dhoti dragen, vertegenwoordigen zij een spiritule beschaving en traditie. In India plachtten koningen en politici te buigen voor sannyasin, zo werden zij gerespecteerd. Elke Math kreeg een eigen leeropdracht en een speciale patroonheilige ter verering. Om het pad van de eenheid tussen Shiva en Shakti te onderrichten werd een godin en godheid geïnstalleerd in iedere Math.



DE NAMEN VAN DE MATH

In Bhadri Nath onstond de Jyotishpith, ook wel Jyotirmath genoemd, met als devi en devata Punyagiri en Narayana. De eerste Shankaracharya daar was Totakacharya.

In Dwarka: Sharda Pith, ook wel Dwarika Sharda Math met Bhadrikali en Siddhesvara. De eerste Shankaracharya daar werd Surehwaracharya.

In Sringeri in Zuid India: Sringeri Pith, ook Sringeri Math genaamd, met Saraswati en Adi Varaha als beschermpatronen waar Hastamalakacharya de eerste spiritueel leider werd.

In Puri: Govardhana Pith of Govardhan Math met Vimla en Jaganath als beschermheiligen, terwijl Padmapadacharya de eerste Shankaracharya zetel daar besteeg.

Later, tegen het einde van zijn leven ging Adi Shankaravharya naar Zuid India terug en bracht de rest van zijn tijd op aarde door, naar men zegt, in Kanchi Kamkoti. Daarom wordt Kanch Kamkoti de vijfde Math genoemd.



Wordt vervolgd




[1] Vertaald uit het Engels door Mary Saaleman.

[2] Gebaseerd op de besprekingen van Swami Sarvatmananda. Vertaling uit het Engels door Antoinette ’t Hoen (Chandravali).

[3] Vertaald uit het Engels door Mary Saaleman.

[4]Swami Savitananda is een Nederlandse vrouw, die een monastieke naam van haar Indiase goeroe heeft ontvangen.